 |
|
 |
| |
Hi, dit is mijn huis. Ik woon hier met mijn jonge zus, vader en moeder. Mijn broer woont niet meer thuis. Hij woont op kamers in de stad waar hij studeert. Gelukkig komt hij nog vaak naar huis. We kunnen het nu goed met elkaar vinden. Dat is niet altijd zo geweest. |
 |
|
|
 |
|
 |
|
|
|